Opleiding Energiemanagement / Elektromechanica — Radiator bij nieuw temperatuurregime

Radiator bij een nieuw temperatuurregime — van gasketel naar warmtepomp

Een warmtepomp werkt met een lagere aanvoertemperatuur dan een gasketel. Bereken hoeveel warmte de radiator dan nog afgeeft, en wat dat betekent voor het debiet in de leidingen.

Warmteafgifte van de radiator — voor en na
Voorreferentieregime (oude situatie)
—
W
100 %
—
→
Nanieuw regime (warmtepomp)
—
W
—
—
Verschil in vermogen
—
Gem. ΔT: voor → na
—
Radiatorexponent n
—
Is de nieuwe warmteafgifte lager dan de warmtebehoefte van de ruimte, dan is de radiator te klein voor dit regime.
1
De radiator
Nominaal vermogen 1 500 W
Klein — 800 W Gemiddeld — 1 500 W Groot — 2 500 W
Vermogen volgens catalogus of typeplaatje van de radiator.
Aanvoer / retour / kamer. De meeste fabrikanten geven het vermogen op bij 75/65/20 °C.
Radiatorexponent n 1,30
De exponent bepaalt hoe sterk de afgifte daalt bij een lager temperatuurverschil. Enkel aanpasbaar bij "Manueel instellen".
2
Nieuw temperatuurregime (warmtepomp)
Snelkeuze regime
Warmtepomp 55/45 Warmtepomp 45/35 Warmtepomp 35/30
Aanvoertemperatuur 45 °C
Retourtemperatuur 35 °C
De retourtemperatuur blijft altijd lager dan de aanvoer en hoger dan de kamertemperatuur.
Kamertemperatuur 21 °C
Het verschil tussen het water in de radiator en de kamerlucht. Voor het referentieregime en het nieuwe regime wordt dezelfde methode gebruikt.
3
Impact op het debiet

Het debiet is de hoeveelheid water die per uur door de radiator stroomt om de warmte naar de ruimte te brengen.

Debiet nuoude situatie
—
—
—
Debiet nieuw regimebij de werkelijke afgifte
—
—
—
Debiet voor evenveel warmte als nubv. met een grotere radiator
—
—
—
De cijfers tonen het debiet dat nodig is om de warmte te vervoeren. Het werkelijke debiet wordt bepaald door de circulatiepomp en de instelling van de radiatorkranen.

—

Het debiet volgt uit Q = ṁ · cp · ΔT, met ΔT = aanvoer − retour. Bij een gelijke warmteafgifte geldt: halveert het temperatuurverschil tussen aanvoer en retour, dan moet het debiet verdubbelen.

Bij een gasketel werkt men vaak met een groot verschil tussen aanvoer en retour (bv. 20 K), bij een warmtepomp typisch met 5 à 10 K. Dat vraagt een hoger debiet voor dezelfde warmte: let op de circulatiepomp, de leidingdiameters en de hydraulische inregeling.

Praktische gevolgen voor de installatie

Indicatieve berekening op basis van de EN 442-methode: Q = Qnom · (ΔT / ΔTnom)n.